Aalscholvers

Aalscholvers worden door sportvissers gezien als een grote bedreiging voor de visstand, vooral op afgesloten wateren. De federatie krijgt veel klachten over deze oervogel. De aalscholver is echter een beschermde diersoort waartegen geen maatregelen mogen worden getroffen als ze schade aanrichten aan bijvoorbeeld een visvijver. Dit levert een spanningsveld op tussen ecologie en gebruikers van het water (de vissers). De aalscholver wordt gezien als een succes van de Nederlandse natuurbescherming en de discussie over het wel of niet aanpakken van de populatie ligt daarom erg gevoelig. Natuurbeschermers zijn trots op hetgeen bereikt is terwijl sportvissers de door hen geliefde sportvissen zien verdwijnen. De ecologische balans van veel visstanden is compleet zoek. Hele jaarklassen ontbreken en de lengteklassen van ca. 15 t/m 45 cm zijn voor een groot deel gedecimeerd. Dit zijn uitgerekend de vissen die voor de hengelaar zo interessant zijn. Het enige dat er nu nog voor zorgt dat er nog enige aanwas is, zijn de oude vissen die een veilige afmeting hebben bereikt. Deze oude vissen hebben het erg goed omdat ze geen enkele concurrentie meer hebben van soortgenoten, de afmetingen van deze vissen kunnen daarom ook behoorlijk fors zijn. De grote afmeting van deze vissen is gunstig voor de hoeveelheid eitjes die wordt geproduceerd. Maar wanneer deze vissen straks door ouderdom zijn gestorven is de aanwas ook verdwenen, en wat blijft er dan nog over... 

 

Vissers klagen al jaren over de situatie die is ontstaan door de toename van de aalscholvers. Echter natuurorganisaties en veel ecologen zijn niet overtuigd van het feit dat de aalscholver dit kan aanrichten. Het is een discussie waarbij beide partijen gelijk hebben. Namelijk; de aalscholver zal zich op den duur reguleren als het voedsel op is, en de visser die daardoor nu steeds minder vangt. De vraag is alleen, tot hoever moet je gaan in zelfregulatie van de aalscholver. De vogels reguleren zich op een enorm grote schaal en kunnen tot die tijd nog heel veel wateren nog verder leegvreten. In tussentijd zijn erg veel van onze viswateren niet meer interessant geworden voor sportvissers. Het genot van deze grote groep recreanten zou volgens ons niet de dupe moeten worden van de aalscholver. Een ingreep in de populatie is nodig om de visstanden in de afgesloten wateren weer enigszins te laten herstellen. Daar bovenop moeten maatregelen worden genomen aan het huis van de vis. waterschappen bijvoorbeeld zouden hun maaibeleid kunnen aanpassen en kunnen zorgen voor meer onderwaterstructuren waarin de nog aanwezige vissen zich kunnen verschuilen tegen de aalscholver.Met alleen de aanleg van flauwe oevers wordt niet veel bereikt voor de bescherming van vissen, hiervoor moeten maatregelen worden genomen in het diepere open water zodat de grotere vissen een kans hebben om te overleven. Nu is het zo dat uitgerekend in de meest kwetsbare periode voor vissen (de winter) er vrijwel geen beschutting meer aanwezig is, tel daarbij bovenop dat de vissen ook nog traag zijn i.v.m. de koude temperatuur en je hebt een perfecte voedselbak voor een aalscholver gecreeerd.

De afgelopen jaren zijn diverse onderzoeken uitgevoerd zowel door Sportvisserij Nederland als door andere adviesbureaus. Heel vaak is in de lengte-frequentie tabellen af te lezen dat de visstand vanaf ca. 15cm tot ca. 45cm enorm slecht is vertegenwoordigd in aantallen. Bij de brasem is dit meestal het duidelijkst, blankvoorn wordt vaak nauwelijks groter aangetroffen dan 20 cm. In deze grafieken van verschillende onderzoeken is te zien hoe de visstanden zijn opgebouwd, de kleine vissoorten zijn niet weergegeven omdat je hier geen gaten in de populatie ziet. De bulk van de visbestanden bestaan nog uit kleine vis tot 15 a 20 cm dan een hele tijd bijna geen vis en vanaf ca. 40 cm is er weer wat aanwezig.

Lees hier meer over de aalscholverproblematiek.

Aalscholverprotectie project

Samen met VBC Oost Gelderse Wateren is de federatie een project gestart om een aalscholverprotectie object te laten ontwerpen. Aanleiding van dit project zijn de slecht opgebouwde visstanden die op praktisch alle afgesloten wateren worden aangetroffen. De lengteklasse tussen de ca. 15 cm en 45 cm zijn veelal erg ondervertegenwoordigd. Als federatie vinden we het daarom noodzakelijk om hier iets tegen te bedenken. Aangezien de aalscholver een beschermde vogel is kunnen er maar weinig maatregelen worden genomen. Op den duur is te bedenken dat ook de nog aanwezige grote vissen sterven en er op veel wateren alleen nog maar kleine visjes voorkomen. Dit doemscenario zou een ramp zijn voor de hengelsport.

In Engeland zijn diverse onderzoeken gedaan naar aalscholverprotectiesystemen waarmee opvallende resultaten zijn geboekt. Er wordt daar gewerkt met rollen gaas die aan elkaar worden verbonden met daarboven een begroeid eiland of donker doek. De vissen kunnen hierin vluchten en de aalscholver kan niet bij de vis komen. Dit type protectie is de federatie momenteel aan het testen in een aantal wateren. Het eerste jaar is inmiddels voorbij en er zijn opnieuw visserijkundige onderzoeken gedaan om te vergelijken de visstand te vergelijken met een jaar geleden. Een praktisch probleem bleek tijdens het afvissen ervoor te zorgen dat de visserij niet erg succesvol was. Met de zegen viel slecht te vissen en met het electroapparaat is lastig te vissen ivm de stalen constructies die de stroom verneveld. De gegevens die zijn verkregen worden momenteel uitgewerkt. 
Het protectiesysteem is met name goed toe te passen op kleine stilstaande visvijvers. Voor de stromende wateren is de constructie waarschijnlijk minder geschikt.

Met de plaatsing van een schuilplaats voor vissen willen we voorkomen dat de visstand helemaal wordt gedecimeerd en de visstand zich weer enigszins kan herstellen. Vooral voor soorten als blankvoorn en brasem is een dergelijke protectie hard nodig. Deze vissen bevinden zich al snel in het open water waardoor ze sneller ten prooi vallen aan de aalscholver.

Aanbrengen van schuilplaatsen is een viswater.