Kaderrichtlijn Water
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) wil schoon water dat ruimte biedt aan een gevarieerde planten- en dierenwereld met een natuurlijke inrichting. De precieze ecologische doelstelling bepalen de landen zelf. De EU bepaalt de normen voor de chemische stoffen, bijvoorbeeld de hoeveelheid lood, cadmium en kwik die in het water mogen zitten.
Schoon water lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. De ruimte voor natuurlijk water is in de afgelopen decennia beperkt door kanalisering, door aanleg van woonwijken, bedrijventerreinen, wegen en andere activiteiten. De kwaliteit van het water staat onder druk door bijvoorbeeld chemische stoffen, meststoffen, bestrijdingsmiddelen en riooloverstorten.
Over wat voor soort maatregelen gaat het bij de KRW? Bijvoorbeeld:
- inrichtingsmaatregelen zoals natuurvriendelijke oevers en vistrappen;
- end-of pipe maatregelen, zoals afvalwaterzuiveringen, baggerwerk of het beperken van overstorten;
- brongerichte maatregelen, het beperken van vervuiling, bijvoorbeeld door andere onkruidbestrijding;
- ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld het verplaatsen van bedrijven of activiteiten.
Eind 2009 moeten alle lidstaten, dus ook Nederland, hun plannen voor verbetering van de waterkwaliteit in Brussel rapporteren. In 2015 moeten de maatregelen in die plannen zijn uitgevoerd. Alle overheden in Nederland: waterschappen, gemeenten, provincies en het Rijk moeten hun steentje bijdragen en doen dat ook.
Werken in stroomgebieden
De KRW werkt met een stroomgebied-benadering. Gelderland ligt in het stroomgebied van de Rijn. In Nederland is de Rijndelta verdeeeld in vier stroomgebieddistricten. De provincie Gelderland ligt in drie van deze deelstroomgebieden: Rijn-Oost, Rijn-Midden, Rijn-West. Elk district heeft een eigen organisatie om de KRW uit te voeren. Bestuurlijke zaken op (deel)stroomgebiedniveau worden afgehandeld in het Regionaal Bestuurlijk overleg (RBO). Dit wordt voorbereid in het Regionaal Ambtelijk Overleg (RAO), ondersteund door verschillende werk- of projectgroepen. De landelijke afstemming tussen deze vier deelstroomgebieden loopt via het Coördinatiebureau Stroomgebieden Nederland (CSN). Daar vindt ook de afstemming plaats met de andere Nederlandse stroomgebieddistricten van de Maas, Schelde en Eems.
Stroomgebiedsbeheerplan
Per stroomgebied moet in 2009 zijn aangegeven hoe de waterkwaliteit wordt verbeterd. Tot een stroomgebied behoort niet alleen het water van de hoofdrivier, maar al het water in dat gebied. Dit worden voor het gehele stroomgebied vastgelegd in het Stroomgebiedsbeheerplan. De maatregelen en afspraken worden daarna opgenomen in de nationale- en regionale waterplannen: de Nota Waterhuishouding, de provinciale Waterhuishoudingsplannen, de Waterbeheerplannen van waterschappen en Rioleringsplannen van gemeenten.
Hier kunt u de beheerplannen van Waterschap Rivierenland en het hoofdrapport KRW van Waterschap Rijn en IJssel downloaden.
